
Seat viert deze maand een belangrijke mijlpaal: het bestaat precies zestig jaar. Het Spaanse merk kende al een tumultueuze geschiedenis, eerst met omgedoopte Fiats en later als het sportieve en betaalbare merk binnen de Volkswagen-groep.
Na de Tweede Wereldoorlog was de Spaanse economie erg kwetsbaar. Er waren weinig fabrieken voorhanden en de nood aan mobiliteit werd vooral ingevuld met motorfietsen of zogenoemde microcars met de krachtbron van een motorfiets. Na enkele mislukte pogingen kreeg het project Seat eindelijk vorm in 1948 dankzij een initiatief van de Spaanse overheid en een conglomeraat van privé-investeerders. Contacten met verschillende buitenlandse autobouwers resulteerden uiteindelijk in een akkoord met Fiat. Op 9 mei 1950 werd Sociedad Española de Automóviles de Turismo geboren.
De onderneming was voor 51 procent eigendom van de Instituto Nacional de Industria (de overheid dus), zeven grote Spaanse banken (42%) en de Italiaanse autobouwer Fiat (7%). De fabriek met een oppervlakte van ruim 95.000 m² werd opgericht in de Zona Franca vlakbij de haven van Barcelona. Een logische locatie, want sinds het begin van de twintigste eeuw is de Catalaanse hoofdstad de bakermat van de Spaanse autosector. Spaanse autoconstructeurs zoals Hispano-Suiza en Elizalde, maar ook buitenlandse merken zoals Ford Motor Ibérica en General Motors Peninsular waren er al gevestigd. Vakkundige arbeidskrachten waren dan ook ruimschoots voorhanden.
De eerste Seats waren niets meer of minder dan Fiats die in licentie gebouwd werden, te beginnen met de Fiat 1400. Op 13 november 1953 rolde de eerste Seat van de band: de 1400 A, een achterwielaangedreven sedan met een viercilinder benzinemotor van 44 pk. Dagelijks bouwden de 925 medewerkers vijf exemplaren.

De doorbraak kwam er echter pas met de Seat 600 in 1957. Deze kleine stadswagen met achterwielaandrijving en motor achterin maakte Spanje mobiel. Voor veel Spanjaarden was de 600 hun eerste auto, maar hij verbeterde ook de algemene levensstandaard in Spanje. Het succes van de 600 bleef duren tot in de jaren vijftig en zestig. Het is zo’n beetje “de Spaanse volkswagen”, zoals de 2PK in Frankrijk, de Fiat 500 in Italië, de Mini in het Verenigd Koninkrijk en de Volkswagen Kever in Duitsland. Tegen 1973 waren er 800.000 stuks gebouwd.
Omdat ook de 600 feitelijk een Fiat was, mocht Seat de auto alleen in Spanje verkopen. De Spanjaarden zetten toch hun eerste stapjes in het buitenland door 150 exemplaren naar Colombia te exporteren. Pas later, toen Fiat zich genereuzer opstelde in de licentieovereenkomst, volgde de export naar twaalf landen. Tussen 1970 en 1973 was de Seat 600 zelfs eventjes de best verkochte auto in Finland.
In 1967 bedroeg de jaarproductie 160.000 eenheden en lanceerde Seat onder andere de 1500 Familiar, de 800 (een door Seat ontwikkelde vierdeurs van de 600) en de 850. De nieuwe Seat 124 – in se nog altijd een Fiat – maakte in 1968 zijn debuut. Een gele 124 werd de miljoenste auto van Seat. Een jaar later debuteerde de 1430 en tegen het einde van de jaren zestig was Seat het grootste Spaanse automerk.
Jaren zeventig
In 1971 werd Seat zelfs het grootste industriële bedrijf van Spanje en drie jaar later was het met een jaaromzet van bijna één miljard dollar de nummer acht onder de Europese autobouwers. Het aantal auto’s op de Spaanse wegen groeide onverminderd. Van de bijna 2,4 miljoen auto’s in het begin van de jaren zeventig droeg de helft een Seat-logo.
Het gamma breidde uit met sportieve versies van de 124, het topmodel 132 en de 127, waarvan ook ook vier- en vijfdeursversies werden afgeleid zonder Italiaanse tegenhangers. De 127 werd trouwens als eerste Seat op de voorwielen aangedreven.
Om eigen producten te kunnen ontwikkelen het Seat nood aan een eigen ontwerpcentrum. In 1975 opende het Martorell Technical Centre. Seat ontwikkelde er de 133 op het platform van de 850 en… de 1200/1430 Sport. Deze coupé kreeg al snel de bijnaam Bocanegra (zwarte mond) vanwege het plastic masker rond de koplampen en het radiatorrooster, ongeacht de kleur van de rest van het koetswerk. Bocanegra keerde in 2008 terug als benaming voor een prototype van de nieuwe Ibiza en vandaag draagt ook een sportpakket met zwarte neus op de Ibiza SC deze naam.
Nieuwe dealers en nieuwe modellen zoals de 128, 131 of Ritmo bleven maar komen en Seat bereikte de mijlpaal van vier miljoen exemplaren. Maar de boeken van het bedrijf zagen er eerder rood dan rooskleurig uit. In 1978 maakte Seat 10,374 million peseta’s verlies op een productie van 288.487 wagens. Door het wegvallen van importbeperkingen betraden steeds meer buitenlandse concurrenten de Spaanse markt.
Breuk met Fiat
Het marktaandeel kromp met een gigantische 26 procent, personeel werd ontslagen en de verliezen stapelden zich op tot 23,655 miljoen peseta’s in 1982. Seat had nood aan een grote kapitaalverhoging, maar Fiat weigerde te investeren. De Spaanse overheid en banken drongen er dan maar op aan dat Fiat zijn aandeel geleidelijk zou afbouwen. Fiat stemde toe na lange en moeilijke onderhandelingen. Na bijna dertig jaar verkocht Fiat zijn aandelen voor de symbolische prijs van één peseta; wel moest Seat voor de Italiaanse fabrikant in vijf jaar tijd 400.000 auto’s bouwen.
Verlost van het Fiat-juk kon Seat een nieuwe start nemen en vrij zijn modellen exporteren. Met de eerste nieuwe Seat, de Ronda uit 1982, kwam het wel meteen tot een dispuut met Fiat. De Ronda was een grondig aangepaste Fiat Ritmo en de Italianen vonden dat de auto nog veel te sterk leek op hun eigen model. De kritiek ebde weg toen Seat-voorzitter Juan Miguel Antoñanzas een Ronda toonde aan de pers met alle nieuwe onderdelen in het geel om de verschillen te benadrukken. Naar verluidt was Fiat vooral boos omdat de Ronda te sterk leek op de gefacelifte Ritmo die ze zelf in gedachten hadden, een facelift die ze moesten schrappen.
In drie jaar tijd ontwikkelde Seat drie nieuwe modellen. Het Seat-logo kleurde blauw en de modellen werden genoemd naar Spaanse steden: Ronda, Malaga, Marbella, Ibiza, enzovoort. Om op lange termijn te overleven, deed Seat er echter goed aan om een nieuwe partner te vinden: Volkswagen.
